Opleiden in de school

Sinds 2002 is de Europaschool een opleidingsschool. Opleiden in de School is bij uitstek een vorm van opleiden die past bij de visie van de Europaschool ‘Ik, jij, wij: samen 1’! Het is onze maatschappelijke en pedagogische opdracht om als Primato-basisscholen plek te bieden voor de leerkrachten van de toekomst! Het is het beste model voor het opleiden van leraren: theoretisch en (nu nog beperkt ) wetenschappelijk onderzocht. Het is gebleken dat studenten: beter zijn voorbereid op het lesgeven, (zowel inhoudelijk als organisatorisch), ze hebben een bredere kijk op de schoolcontext, zien meer het belang van collegiale samenwerking en ze verlaten minder snel het onderwijs (van den Berg, 2013). Daarom heeft de APO Enschede besloten om de bachelor leraar basisonderwijs volgens dit concept vorm te geven.

Studenten worden intensief begeleid door een schoolopleider en een instituutsopleider, die beiden geregistreerd zijn bij de beroepsvereniging voor lerarenopleiders (een vereiste binnen het concept OidS).  De vakdocenten worden regelmatig geraadpleegd voor de theoretische verdieping m.b.t. het opleiden en begeleiden. Voor de mentoren is er een continue professionele ontwikkeling door het werken met studenten, de schoolopleider en de instituutsopleider, wat weer leidt tot schoolontwikkeling. Mentoren worden ook geacht binnen dit concept de mentortraining 1 te volgen. Onderzoek doen neemt een steeds meer prominente plaats in binnen dit concept m.n. op de academische opleidingsscholen.

Opleiden in de school is een krachtig samenwerkingsverband tussen de hogeschool Saxion en het werkveld. De visie vanuit Saxon en het concept OidS is ‘Iedereen leert’. Hierdoor kunnen we met elkaar goede leerkrachten opleiden!

Lees meer:
Wat is opleiden in de school?
Opleiden in de school (verder genoemd als OidS) is een concept binnen het opleiden en begeleiden van studenten van de pabo Saxion APO Enschede/Deventer in een samenwerkingsverband met een basisschool wat vastgelegd is in een convenant tussen de opleidingsschool (de basisschool die vorm geeft aan dit concept) en de lerarenopleiding basisonderwijs (de pabo).

De opleiding
De pabo is de leverancier van studenten binnen dit concept. Er wordt een convenant gesloten met de desbetreffende basisschool waarin de dan genoemde opleidingsschool het vereiste aantal studenten zal gaan begeleiden. Hierbij opgemerkt dat meerdere opleidingsscholen het vereiste aantal studenten kan begeleiden; 12 studenten verdeeld over drie opleidingsscholen onder de hoede van één schoolopleider. Binnen het concept OidS is ook een Excellent teacher traject die aangeboden wordt. Dit wordt vormgegeven met de academische opleidingsscholen waar meer ruimte is voor onderzoek doen door studenten.

De student
Na het maken van de studiekeuze-test, een intakegesprek  in een focusgroep met een docent en de aanmelding  wordt de student geplaatst in het concept Oids; meestal de VO1A, VO1B en nu ook een VO1C klas geheten. VO staat voor voltijd opleiden in de school. Het eerste jaar is ook een selectiejaar; is de student geschikt voor dit beroep? Is dit een student voor het Excellent teacher-traject? Zijn er omstandigheden waardoor de student niet tot zijn of haar ontwikkeling komt en welke rol kunnen wij daarin spelen als stageschool i.s.m. het instituut? (zie ook de opleidingsplannen voor de rolbeschrijving van de student)

De stage
Op een opleidingsschool lopen studenten twee dagen stage. Ze staan anderhalve dag in de groep. In overleg met de mentor en/of schoolopleider worden lessen voorbereid en gegeven. Er zijn lesbezoeken door de schoolopleider op afspraak of spontaan. Daarnaast zijn er ook lesbezoeken met de instituutsopleider. Er wordt veel gebruik gemaakt van beeldmateriaal om de reflectie van de studenten te sturen en te ontwikkelen. Ze zijn op vrijdagmiddag bij de schoolopleider om vaardigheden, kennis en ervaringen op te doen met alle (behalve de LIO-ers) studenten van de opleidingsschool. De groep studenten lopen in verschillende groepen stage, waardoor er veel mogelijkheden zijn om van en met elkaar te leren. De schoolopleider wordt regelmatig bijgeschoold op de WOS-dagen (zie verderop in dit document). De onderwerpen voor het ontwerpatelier (zoals de ruimte heet op de vrijdagmiddag) zijn ontworpen en vastgelegd door de WOS-vergadering. Onderwerpen kunnen zijn: drama, een prentenboekvertelling techniek, intervisie, werken met het Kwaliteitenspel, leren vragen stellen etc. De onderwerpen zijn ingedeeld per fase van de pabo; pabo 1 – Opleidingsbekwaam/pabo 2 – Beroepstakenbekwaam/pabo 3 – Werkplekbekwaam. Daarnaast is er ook veel ruimte voor de inbreng van de studenten.
Vanuit de pabo komen studentstage-overeenkomsten (meestal in de loop van het schooljaar) die getekend moeten worden voor de eigen administratie van de school. Het is prettig als de opleidingsschool een afsprakenbrief heeft voor de studenten waar ze bij aanvang van de stage kennis van nemen.

De stageschool
De studenten worden geplaatst op een opleidingsschool naar aanleiding van het gewenste aantal leerlingen en het gewenste pabo-jaar. Dit is naar aanleiding van de te verwachten formatie en de personeelsbezetting. De ruimte voor een LIO-er wordt hierin ook meegenomen. De plaatsing van de eerste- en tweedejaars gaan rechtstreeks via het stagebureau. De derdejaars zullen met ingang van het volgende schooljaar 2015-2016 solliciteren naar een stageschool met een voor hun toegepast schoolprofiel waarin de student zijn/haar Schoolontwikkelingsthema  (afgekort tot SOT)zou willen doen. De LIO-ers zullen via het bestuur worden geplaatst (i.o.m. de schoolopleider) op de stagescholen, waarbij opleidingsscholen voorrang hebben op het ontvangen van LIO-ers. Studenten worden in groepen geplaatst in overleg met mentoren en directie. In de P-fase (propedeusefase) is het van belang dat de studenten stagelopen in alle bouwen. Wanneer hier niet aan tegemoet kan komen, is een overplaatsing naar een andere opleidingsschool mogelijk. Er is altijd nauw overleg ook met andere opleidingsscholen inzake het begeleiden van (zorg-)studenten.

De verschillende begeleiders
Het bestuur: naar aanleiding van de lijst met LIO-ers worden deze studenten geplaatst op een voor hun zo best mogelijke stageschool; er is tweejaarlijks een overleg met het management onderwijs en de projectleider OidS. Besturen hebben aparte vergadermomenten op de opleiding.
De directeur: in overleg met de schoolopleider worden de studenten van boven naar beneden in de groepen geplaatst. (Eerst de LIO-ers, dan de derdejaars, de tweedejaars en tenslotte de eerstejaars.) Twee keer per jaar is er het driehoeksoverleg tussen directie, schoolopleider en instituutsopleider.
De instituutsopleider: dit is een vakdocent die studenten begeleidt op een opleidingsschool. Een registratie bij de beroepsvereniging (VELON*) is vereist als lerarenopleider.
De schoolopleider: dit is een leerkracht die vrijgesteld is van lesgevende taken en de begeleiding en opleiding van de studenten van de pabo op zich neemt. Hij/Zij is geschoold en/ of is bereid om de scholing voor lerarenopleiders te volgen op de pabo. Als bevoegde schoolopleider is een beroepsregistratie vereist bij de beroepsvereniging VELON als lerarenopleider. De bekostiging van de schoolopleider vindt plaats door het rijk (vanwege het aantal  10-12 op- en te begeleiden van studenten via het rijk->pabo->bestuur voor minimaal 0,3 fte).
De mentor: de leerkracht bij wie de student in de klas stageloopt. Soms is er ook sprake van een duo-baan; de leerkracht van de donderdag en vrijdag is dan de eerste begeleider. Er is veel impliciete kennis bij de mentor die juist in samenwerking met de student meer expliciet gemaakt moet worden. Wanneer er een LIO-er geplaatst wordt naast een leerkracht is er ook sprake van een ‘duo-baan’. Bij aanvang van de begeleiding van een student vindt er een mentoroverleg plaats tussen mentor(en), de schoolopleider en indien mogelijk ook de instituutsopleider.

De verschillende trajecten
Op Saxion APO Enschede en Saxion APO Deventer zijn er verschillende trajecten. Natuurlijk heb je het verschil tussen voltijd en deeltijd(waarbij dit laatste traject 2- of 3 jarig is), het verschil tussen een Klassetraject en het Opleiden in de School (met varianten als de Academische Opleidingsschool en de academische pabo), het verschil m.b.t. instroom: APO Deventer biedt ook een instroom aan per 1 februari.

De WOS
De afkorting staat voor Werkgroep Opleidingsscholen bestaande uit instituutsopleiders, schoolopleiders en de projectleidster (met eventueel ondersteund door het management-lid onderwijs en de teamleiders OPL/BTB en WPB/STB). Men komt vijf keer per jaar bij elkaar op een vergadering die voorbereid wordt door de Startgroep; daarin hebben zitting de regiovoorzitters van Almelo, Enschede, Hengelo, de bovenschools-schoolopleiders van OPOA en MarCant, de teamleiders OPL/BTB en WPB/STB  en de projectleider van het Excellent teacher traject. (zie bijlage voor een voorbeeld van een WOSvergadering)

*De beroepsvereniging VELON (Vereniging voor Lerarenopleiders van Nederland)
VELON ondersteunt mensen die werken aan de opleiding en professionalisering van leraren, gericht op het bevorderen van hun beroepskwaliteit.
Hierin onderscheidt de VELON zich van een branche-organisatie van de werkgevers, de VELON richt zich op lerarenopleiders als individu en als beroepsgroep. De leden zijn afkomstig uit het brede domein van lerarenopleidingen. Momenteel heeft de vereniging ongeveer 1500 leden.

De accreditatie NVAO (Nederlandse Vereniging Accreditatie Organisatie)
In okt. 2010 zijn de Eerste en de Tweede Tranche scholen geaccrediteerd met respectievelijk een excellente en een goede beoordeling. Alle mentoren uit de Eerste Tranche zijn geschoold, dat maakte o.a. de beoordeling excellent. (De Europaschool zat in de Tweede Tranche.) In het november 2014 is er weer een accreditatie geweest voor het traject OidS van Saxion APO Hengelo (Enschede). Daarin zijn een aantal onderdelen als excellent beoordeeld; het ontwerpatelier, de tandem i.o. en s.o. en de koppeling theorie-praktijk.

Kwaliteitszorg op school-, bestuurs- en op opleidingsniveau
Opleiden in de school zal moeten worden/is  opgenomen in de kwaliteitszorg n.a.v.  de evaluatie aan het eind van het schooljaar, die uitgezet wordt onder studenten en de begeleiders. Wat ging er goed, wat kan er beter, wat wordt er gemist?
Op Primato-niveau is in het Strategisch Beleidsplan beschreven welk beleid er voor de komende jaren zal zijn; inmiddels zijn er nieuwe opleidingsscholen geformeerd; te weten Dalton Hengelo Zuid/MM Anninksschool/sbo de Stiepel ; dit is een cluster. De Piramide en de AMG Scmidtschool is een andere cluster. In het kader van de kwaliteitszorg van de opleiding Saxion APO Hengelo wordt er jaarlijks een enquête uitgezet onder de lerarenopleiders en twee jaarlijks onder de mentoren. De uitkomsten worden besproken in kwaliteitspanels zowel op de opleiding als op de opleidingsscholen. Dit geeft weer input voor het maken van beleid.

Professionalisering
Door de contante samenwerking van opleidingsschool en het werkveld in de werkgroep WOS wordt er gewerkt aan de individuele professionalisering van de schoolopleider en instituutsopleider. Tevens wordt er kennis gedeeld via de lectoraten, de vakdocenten, de beroepsregistratie van het VELON (verplicht voor school- en instituutsopleiders) en inspirerende professionals.  Door mentortraining uit te zetten onder de mentoren worden zij bijgeschoold in het begeleiden van studenten, te denken valt hierbij aan gesprektechnieken voor de nabespreking, het leren reflecteren  en de eigen rol als mentor met alle kennis die hij/zij in zich heeft. Die kennis mag veel meer expliciet worden voor de studenten, die het vak van leerkracht PO moeten leren.

Met vriendelijke groet,

Conny Reijns-Belvroy.

153_conny

Schoolopleider Primato
Werkzaam op do.-vrij.
Tel.: 06-33093757
E-mail: connybelvroy@gmail.com